'Misselijkmakend misbruik'

mijn afbeelding

Het was uitstekend weer. De zon scheen volop en het frisse weer zorgde voor een oppepper voor de mensen die hun gebruikelijke kerkgang ondergingen. Het Huis van God stroomde langzaam vol. Mensen kletsten wat over ditjes en datjes voorafgaand aan de mis. Een man verhaalde over zijn zoon in Amerika, maar werd afgebroken door de orgelmuziek. Men stond op en zong een lied. De pastor sleepte zichzelf door de mis, richting de preek. Dat zou, wist iedereen, het piece de resistance van deze ochtend zijn. De inname van de hosti (zouden er ook homo's zijn, hier in onze groep, zag je de mensen denken) was slechts de inleiding tot een groter verhaal. Er werd niemand de hosti geweigerd; in dit dorp bestaan geen homo's.

De lector lepelde de tekst uit het NIeuwe Testament op. Dit was de tekst waarover de pastor zou preken. Er heerste stilte in de kerk, zoals het betaamt. Er werd uit Johannes gelezen, over het algemeen voorbehouden aan de paasdagen. De lector sprak wat eentonig, hij was geen sterke voordrager, over naastenliefde en de kracht van zichtbare onzelfzuchtige liefde. Enkele vrouwen schudden het hoofd. Waarschijnlijk uit ontevredenheid, alhoewel de pastor zijn eigen zegje nog niet had gedaan. Zij voelden wat de rest ook voelde: een verschrikkelijke dubbelzinnigheid die ten alle tijde vermeden had moeten worden.

Nu besteeg de pastor de spreekstoel. Enkele monden vielen van spanning open. Heb elkaar lief, haalde pastor aan. De manier waarop Jezus zijn liefde voor zijn discipelen had getoond, zo dienden de discipelen elkaar lief te hebben. Een nieuw gebod: de liefde voor de medemens. De pastor bracht het met enige flair, hij was een erudiet man en alom gerespecteerd, maar zonder een enkele verwijzing naar de gebeurtenissen van afgelopen week. Gaandeweg raakten de kerkgangers hun interesse in de preek van hun voorganger kwijt. De aanvankelijke spanning die bij ieder voelbaar was, ebte weg.

Er zat een man op de laatste rij, alleen. De kerkgangers hadden hem niet gezien; hij verschool zichzelf achter een pilaar. De man had heel veel liefde in zijn leven gegeven. Hij had zijn naasten lief gehad. Jongetjes nog, zo klein. Hij was er een van velen. Hij begreep de terughoudende preek van de pastor; het was immers een vriend van hem. Hij ging er niet vanuit dat de man domme dingen zou zeggen, maar was toch voor de zekerheid langs gekomen. Er moest niet gedacht worden dat die schijnheilige op de spreekstoel eventjes de onschuldige kon gaan spelen.

Het was voor de man geen kwestie van schuld. Hij beschouwde zichzelf als volstrekt onschuldig. De jongens had hij opgevoed naar de wetten van God. Nee, hier zat geen schuldig man. Hier zat slechts een man die een kleine radar was in een groter geheel. Het grote geheel van de ontkenning.

Zo werd op een zondagmorgen in maart duidelijk dat de katholieke kerk geen openheid betracht. Verandering is onacceptabel. Ook nu nog weet de kerk slachtoffers te denigreren en weigert het de misstanden te erkennen. De katholieke kerk is daarmee in al zijn hypocrisie bezig met een sterk staaltje zelfdestructie.