'De oude man'

Achter zijn luie stoel dronk hij nog maar eens een wijntje. Hij keek zijn vrouw aan; ze lachte hem toe. De oude man, toch nog maar pas getrouwd, liet de groeven in zijn gezicht herplooien door de glimlach te beantwoorden. Hij murmelde wat onverstaanbaars. De aandacht ging weer naar de tv. Geschreeuw uit de buis en de man zag de blaaskaak uit Den Haag. Gewoon niet zijn soort van mens. Laat 'm maar lullen, dacht hij, en wierp zich op de door zijn echtgenote gesmeerde toastjes. Nu maar eens zalm, terwijl hij de tapenade links liet liggen. Zijn vrouw dutte wat in, waarschijnlijk door de rode wijn. Ze had een rode blos op haar wangen.

Nu zat hij eenzaam voor de tv. Hij was tevreden en spinde ingetogen als een mooie, oude, rode kater. De man had genoeg in zijn leven meegemaakt, hij kende de toppen en dalen, maar van zo'n avond kon hij nog steeds genieten. Hij was tenslotte de pater familias, nog steeds, al was hij voor nu even uit het publieke leven. Dat zal hoogstens een maandje zo duren, dacht hij. Dan zou hij wel weer uit zijn huis worden getrokken om op de barricades te staan. Dit vooruitzicht stemde hem tevreden. Vooral nu hij weer tot de winnaars zou behoren. Hij hoorde hemzelf 'ik ben altijd een winnaar geweest' zeggen en dat vond hij zeker niet arrogant. De politiek stemde hem tegenwoordig alleen maar ontevreden, maar hij voelde op dat moment, in zijn stoel, de verandering die er aan komt. De gemeenteraadsverkiezingen zijn slechts een opstap, dacht hij bij zichzelf. Zijn partij zou gaan regeren. Als het aan hem lag zonder Wilders, want die man, daar is wat mee. Het enige grote obstakel in zijn korte toekomstvisie: de PVV. Zolang Wilders en Co maar stukjes zetels afbijten van de VVD en CDA, komt het goed. De man was er niet naar om te spreken over een Linkse Lente, maar hij dacht het stiekem toch.

Dus, daar, op dat moment, toen de uitslagen definitief waren, wekte hij zijn vrouw. 'Gewonnen', zei hij en zijn vrouw, nog wat slaperig, knikte wat nonchalant. Ze ging naar bed en haar man volgde. Ze kropen onder de wol. Nu nog in hun huis, rustig, uit de schijnwerpers. Dat zal niet lang duren, dacht hij nogmaals, en al denkend bedacht hij wat mooie woorden om over een maand of wat te kunnen zeggen. De slaap kreeg vat op de man met het grote postuur. Hij dommelde wat weg. Zijn hersenspinsels vervaagden, raakten op de achtergrond en tenslotte viel Hans van Mierlo redelijk voldaan in slaap.